Historie van de tuin

De tuin van het Nieuw Sint Anthony Gasthuis
De geschiedenis van het nieuwe gasthuiscomplex gaat terug tot 1857. In dat jaar kocht het bestuur van het gasthuis een dubbel herenhuis (thans Grote Kerkstraat 39) van de gezusters Anna Charlotte en Catharina Johanna van der Haer, dat nu als bestuurhuis dienst doet. Bij dit huis hoorde een koetshuis, een tuinmanswoning, een berging en een uitgestrekte tuin die aan de noordzijde, aan de Groeneweg, door een aantal woningen werd afgebakend. In de tuin, bestaande uit een pleziertuin en een moestuin bevonden zich een oranjerie, broeibakken en drie beukenbomen. Hiermee is het gasthuis in het bezit gekomen van een gunstig gelegen gebied dat zich van de Grote Kerkstraat tot Groeneweg uitstrekte, tegenover het al bestaande Oud Sint Anthony Gasthuis aan de Grote Kerkstraat. De woningen aan Perkswaltje en Schoenmakersperk werden pas later aangekocht. In 1860 stelde rentmeester Tromp de bouw van een nieuw gasthuis op het aangekochte terrein achter het huidige bestuurshuis voor. Aan architect F. Stoett werd het maken van een ontwerp opgedragen. Tussen 1862-1864 verrees een voor die tijd uiterst functioneel en modern complex bestaande uit vier paviljoenhuizen, elk van twee verdiepingen die door lage vleugels aan elkaar waren verbonden. Tussen de vleugels kwamen de lange smalle tuinen met een eenvoudige aanleg te liggen. Voor de vier paviljoens werd een grote ruime tuin geprojecteerd. In 1864 en 1865 werd een ijzeren hek ter afbakening van het terrein geplaatst aan de kant van de Groenweg (achterkant) en aan de kant van het Perkswaltje (voorkant) waar een vroegere gracht toen al was gedempt.

De langwerpige tuinen werden naar de belendende paviljoens genoemd, te weten Burmania-, Minnema- en Auckamatuin. Ze bevatten kleine ovale en boomvormige grasvelden waarin onregelmatige geplaatste bloemperken werden gecreëerd naar de mode van de landschapsstijl. Wie de aanleg heeft ontworpen is onbekend. Het ontwerp zou van G. Vlaskamp kunnen zijn gezien zijn bemoeienissen met de tuin van het oude gasthuis in 1880. De overeenkomsten in de vormgeving van beide gasthuizen zijn namelijk groot. Een bewijs hiervoor ontbreekt echter. Vanaf 1865 melden de kasboeken van de instelling wel de uitgaven voor het onderhoud van de tuin van het nieuwe gasthuis. De uitvoering was opgedragen aan hovenier P.G. Hornstra uit Leeuwarden, die ook de bomen en planten leverde. Bote Bloemhoff, eveneens tuinman, was de leverancier van de bloemen. Verder noemt men, alleen in 1865, de aanschaf van bloembollen. In 1867 schonk de bekende Leeuwarden portretschilder J.J.G. van Wicheren een paar goudlakense en een paar zilverlakense fazanten ter opluistering van de tuin van het nieuwe gasthuis. Het gebaar kan als een soort relatiegeschenk worden gezien want als portretschilder had hij in de jaren 1861-1863 opdracht gekregen om de leden van het gasthuisbestuur te vereeuwigen. Voorts werden in 1868 twee ijzeren tuinbanken aangeschaft. In de tuin stond ten oosten van de huidige Wiardavleugel een bloemenkas. Wegens de bouwvallige toestand werd deze in 1886 geheel vernieuwd en van een moderne stookinstallatie voorzien. De kas moest voor de in 1909 gebouwde Julianavleugel aan het Schoenmakersperk plaatsmaken. De andere, veel eenvoudige bloemenklas van het zogenaamde lessenaarsmodel, stond tegen de westelijke muur die het bezit aan de westkant afsloot. Hierin werden tot de afbraak ’s winters exotische potplanten zoals agaven en buxusboompjes opgeslagen. Naast allerlei tuinplanten werden er ook witte druiven gekweekt.
Het aanzien van de tuin is na 1906 opnieuw veranderd, Als gevolg van de bouw van de Julianavleugel werd het tuinplan aan de oostzijde sterk gewijzigd. Behalve de oranjerie moest een houten zomertent  (prieel) worden afgebroken. Ook de aanleg van de perken werd daar aangepast.
 
De plaatsing van de tuinkoepels
In 1916 werden op de hoek van de Wijde Gasthuissteeg en het Perkswaltje twee kleine woningen afgebroken. Dit terrein werd aan de tuin toegevoegd met het oogmerk er een tuinkoepel te bouwen voor de zogenaamde gangbewoners (de armere bewoners) van het gasthuis. Het werd een houten prieel met een puntdak dat aan de voorkant aan een veranda doet denken. De nog steeds bestaande koepel werd aan weerszijden door pergola’s geflankeerd. Links ervoor werd een slangeden, een exotisch boomsoort met een grillig silhouet geplant. Elf jaar later, in 1927, verrees een tweede houten prieel voor de meer welgestelde bewoners van de woningen in de hoofdpaviljoens. Het stond meer naar achteren geschoven, vlakbij de Minnemavleugel.
 
De tuin nu
Na de renovatie van het nieuwe gasthuis werd ook de tuin grondig opgeknapt, zowel tussen de vleugels als voor het gebouwencomplex. De grasperken kregen hun strakke vormen terug en heggen en buxusboompjes werden gesnoeid. Overal werden bolgewassen geplant. De oude rode beuken aan het Perkswaltje staan nog steeds fier overeind. De treurwilg voor de Minnemavleugel vormt een romantisch accent in de aanleg. Achter deze boom ligt een vijver, die in 1935 werd aangelegd. Bij dit water werd in1940 een bakstenen gedenkmonument gemetseld met de tekst “Aangeboden door de inwoners van het Sint Anthony Gasthuis ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan”. De vijver ligt onder de schaduw van een beverboom. In de noordwesthoek van de tuin staan een esdoorn en enkele lijsterbessen. In de zuidwesthoek, achter het bestuurshuis, staat een oude kastanjeboom. Dit gedeelte, ooit de tuin van de familie Van der Haer, werd in de jaren 1877-1878 opnieuw aangelegd en vormde sindsdien een geheel met de overige tuinen van het gasthuis.
De tuin werd na de Tweede Wereldoorlog door één man, bijgestaan door twee knechten, onderhouden, De tuinman van het gasthuis woonde op de hoek van het Perkswaltje en Wijde Gasthuissteeg tegenover de tuinkoepel.
Het gerestaureerde nieuwe gasthuiscomplex met zijn fraaie tuin is de meest aangename blikvanger in de noordelijke zone van de binnenstad van Leeuwarden tussen de Groeneweg en de Grote Kerkstraat. Door de zorg van het gasthuisbestuur is het mogelijk gemaakt dat de wandelaar van deze mooie tuin kan blijven genieten.
 
Bron: “Sint Anthoon, in steno, groen en steen”
 
 
 
 

(C) BWH Ontwerpers / Netsupport 2014